سورةالفلق {١١٣} 113. AL-FALAQ
قُلْ أَعُوذُ بِرَبِّ الْفَلَقِ {١} 1. Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij den Heer van den dageraad,
مِنْ شَرِّ مَا خَلَقَ {٢} 2. Opdat hij mij moge bevrijden van de boosheid der schepselen, welke hij heeft geschapen.
وَمِنْ شَرِّ غَاسِقٍ إِذَا وَقَبَ {٣} 3. En van het kwaad des nachts, als die invalt.
وَمِنْ شَرِّ النَّفَّاثَاتِ فِي الْعُقَدِ {٤} 4. En van het kwaad der vrouwen die op knoopen blazen,
وَمِنْ شَرِّ حَاسِدٍ إِذَا حَسَدَ {٥} 5. En van het kwaad van den benijder, als hij ons benijdt.
Al-Qur'an Today @2006